headershadow

Latest Blogposts

De 6 stappen van het rechtrichten

Stap 1:  Lengtebuiging

De lengtebuiging, het paard gelijkmatig te laten inbuigen naar links en rechts.

De zoveel mogelijk gelijkmatige en doorgaande zijdelingse welving in de wervelkolom.

Hiervoor is de volte een goede oefening, de korte spieren worden zo gestretcht en de lange spieren worden aangespannen.

 

 

 

 

 

Stap 2: Voorwaarts neerwaarts

Door de lengtebuiging in stap 1 gaat het paard zijn rug loslaten. Hierdoor kan het paard zijn hals voorwaarts neerwaarts laten zakken.


 

 


 

Stap 3:  Ondertreden

Goed ondertreden is heel belangrijk om het achterbeen in de volgende 3

stappen te kunnen laten buigen.

Het paard moet ondertreden met het binnenachterbeen richting het zwaartepunt van het

paard.

 

 

 

 

  Stap 4: Buiging binnenachterbeen

Het binnenachterbeen wordt buigzaam gemaakt door de oefening schouderbinnenwaarts.

 

 

 

 

 

Stap 5: Buiging buitenachterbeen

Het buitenachterbeen wordt buigzaam gemaakt via de oefeningen

travers, renvers en appuyeren.

 

 

 

 

 

 

 

 

Stap 6: Buiging beide achterbenen

Door de oefeningen  pirouette en de piaffe worden beide achterbenen buigzaam gemaakt.

De dragende achterhand ontlast de voorhand.

 

 

 

Academische Rijkunst voor wie?

Academische rijkunst is er voor iedereen ongeacht hoeveel ervaring of op welk niveau je rijdt.

Het kan ook een redmiddel zijn als je alles al hebt geprobeerd.

Het doel van de academische rijkunst.

Het doel van de Academische rijkunst is het volledig ontwikkelen van de draagkracht van de achterhand om de voorbenen te ontlasten en de ruiter goed te kunnen dragen. het rechtrichten legt hiervoor de basis.

Een paard wat rechtgericht is kan gelijkmatig naar links en rechts inbuigen in zijn lijf, kan alle oefeningen zowel links als rechtsom uitvoeren, kan gelijkmatig stuwen en dragen met zijn achterbenen, laat zich verzamelen en oprichten.

Het paard kan tot op hoge leeftijd zijn werk als rijpaard gezond doen!

Het paard word getraind in  een logisch systeem van goed doordachte gymnastiserende oefeningen overeenkomstig zijn mogelijkheden en talenten. In het tempo van het paard.

Voor jou:

  • Je word een goede trainer voor je paard.
  • Je krijgt een fijn meewerkend paard.
  • Je krijgt veel inzicht in het ontstaan van rijkunstige problemen, leert deze te verhelpen en te voorkomen.
  • Je kunt overbelasting voorkomen en wegnemen met de academische rijkunst als "heilgymnastiek"
  • Je kunt de talenten van je paard echt tot bloei laten komen.
  • Je krijgt een soepel, wendbaar paard, wat buigzaam en sterker word in de achterhand waardoor het zich makkelijk lichtvoetig laat verzamelen.

Je paard word zelfverzekerder zal zich echt op je gaan richten, zal minder snel schrikken en geen verzet meer tonen.

Lichamelijke problemen bij het paard door verkeerde training.

Lichamelijke problemen:

  • Kantelen met het hoofd
  • Schudden met het hoofd
  • Tandenknarsen
  • Tong uit de mond
  • Staart zwiepen
  • Rugproblemen
  • Kissing spines
  • Doffe vacht
  • Bultjes op de rug
  • Overbelasting voorhand
  • Onregelmatigheid
  • Kreupelheid
  • (klinische hoefkatrol)
  • SI-Problemen
  • Knieproblemen
  • Heupproblemen
  • Spat
  • Gallen

Bovenstaande problemen kunnen ook andere oorzaken hebben.
Onderstaande zaken moeten in orde zijn omdat het paard van nature een steppe, bewegings en kudde dier is.

  • Goed voer
  • Voldoende ruwvoer
  • Voldoende frisse lucht en zonlicht
  • Vrije beweging in paddock of weiland
  • Contact met soort genoten
  • Goed passen hoofdstel/bit en zadel
  • Opstijgen met een opstapkrukje voorkomt ook rugproblemen.

Als dit allemaal in orde  is en de dierenarts en overige specialisten hebben ook geen verklaring voor de problemen, dan kunnen de problemen met de natuurlijke scheefheid te maken hebben.

Hoe herken je rijkunstige problemen?

Hoe herken je rijkunstige problemen:

  • Paard kan de oefening wel op de ene kant uitvoeren maar niet op de andere kant.
  • Moeilijk kunnen afwenden.
  • Valt op de binnenschouder.
  • Valt over de buitenschouder.
  • Ongelijk in de aanleuning.
  • Niet nageeflijk zijn.
  • “Vastpakken”van het bit aan een kant.
  • Zwaar op de hand.
  • Niet willen halsstrekken.
  • Springt in de verkeerde of overkruist in galop.
  • Dribbelen
  • Ongewenst vesnellen
  • Flegmatiek lopen.
  • Ruiter kan niet doorzitten
  • Maakt korte passen
  • Teugelkreupel
  • Weinigschoudervrijheid
  • enz.
Pagina 1 van 212